Wolffschanze

De Wolfsschanze was de codenaam voor een hoofdkwartier van Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. Naast de Führerbunker bevonden zich in het complex ook gebouwen voor andere nazi-kopstukken, de lijfwachten van de Führer en eventuele gasten. Op een aftakking bij Rastenburg stond ook de bepantserde trein van Hitler (de.
De overblijfselen van het complex bevinden zich in het huidige Polen in het dorp Gierłoż (Duits: Forst Görlitz) vlakbij Kętrzyn (Duits: Rastenburg), een gebied dat destijds een onderdeel was van de Duitse provincie Oost-Pruisen. Het complex bestaat uit een groep bunkers en versterkte gebouwen in een dicht bebost gebied, omringd door enkele ringen van prikkeldraad. Dichtbij het complex lag een vliegveld. Het was gebouwd voor het offensief van de Deutsche Wehrmacht in 1941 tegen de Sovjet-Unie en was verlaten in 1944 toen de Sovjet troepen Oost-Pruisen naderden.
Hoewel het een zwaar beveiligd complex was, werd er op 20 juli 1944 in het Pruisische hoofdkwartier een bomaanslag op Hitler gepleegd door een groep officieren onder leiding van kolonel Claus von Stauffenberg. De aanslag mislukte, doordat de bom onder een zware tafel stond. Er vielen enkele doden maar Hitler werd slechts licht gewond.
Het hele complex is ernstig beschadigd door de Duitsers zelf tijdens de terugtrekking, omdat Hitler het te waardevol achtte om door de Sovjets te laten gebruiken. Ondanks de schade blijft het een interessante toeristische attractie. Tevens is er een monument te vinden dat de aanslag op 20 juli 1944 herdenkt.

Zeven massieve bunkers met wanddikten tot wel 10 meter, vele kleinere bunkers en woongebouwen voor meer dan 2000 officieren en manschappen.
Het geheel beschikte over een station, twee vliegvelden, een bioscoop en meer.